‘Dit is geen dagboek. Ik zeg het er maar even bij voor de duidelijkheid. Stel je voor dat iemand het per ongeluk opgraaft over honderd jaar, en denkt: Ach wat zielig! Een jongen van 16 die een dagboek bijhield! Ik ben niet zielig en ik houd geen dagboek bij. Dit is een schrift.’
Aldus de hoofdpersoon van Dit is geen dagboek van Erna Sassen, een boek over een jongen die van zijn vader een dagboek moet bijhouden om iets aan zijn depressie te doen: hij kan de zelfmoord van zijn moeder nog geen plaats geven.
Het geeft goed aan hoe er soms over dagboeken wordt gedacht: een ‘zielig’ persoonlijk verhaal van iemand die zijn problemen van zich af moet schrijven. Veel bekende dagboeken hebben daar wel iets van weg. Denk maar aan het bekendste dagboek uit de Nederlandse literatuur: Het Achterhuis van Anne Frank: naast een klassieker toch ook een uitlaatklep voor de jonge Anne terwijl zij in een benarde situatie zat.
Het is misschien het meest gelezen dagboek ter wereld. En nog altijd raakt het de lezers, zoals je in onderstaand filmpje van Leesmij! kunt zien:
Over het dagboek als literair genre zijn de meningen verdeeld. Sommigen vinden deze vorm nogal gemakzuchtig en niets met literatuur te maken hebben. Dagboekschrijvers schrijven immers gewoon op wat er elke dag met hen gebeurt, terwijl literatuur ten eerste natuurlijk niet gaat om ‘echt gebeurd’ en ten tweede een bepaalde vorm en stilering nodig heeft. Bovendien is niet alles wat echt gebeurd is, interessant. De schrijver Willem Fredrik Hermans (Nooit meer slapen, De donkere kamer van Damokles) zei er het volgende over: ‘Dagboeken en brieven schrijven is en blijft een goedkope manier van tekstproductie: alles mag toevallig zijn, niets hoeft te worden afgerond.’
Vragen
Wat bedoelt Hermans volgens jou met ‘niets hoeft te worden afgerond’?
Wie beweert dat een dagboek niets met literatuur te maken heeft, weet kennelijk wat literatuur is. Schrijf op wat jouw definitie van literatuur is.
Kan een dagboek literatuur zijn volgens je eigen definitie? Leg uit waarom wel/niet.
Ronald Giphart: de tien rechten van de dagboekschrijver
Ronald Giphart, schrijver van onder andere Ik ook van jou, Phileine zegt sorry, Ik omhels je met duizend armen en Troost, hield voor de serie Privé-Domein van uitgeverij De Arbeiderspers een dagboek bij van het jaar 2001. Voor deze serie vraagt de uitgeverij elk jaar een Nederlandse of buitenlandse schrijver een jaar te ‘boekstaven’. Hierdoor is een indrukwekkende reeks ontstaan van jaar-dagboeken van grote schrijvers, kijk maar eens op www.privedomein.info.
Giphart schrijft dit dagboek dus niet uit eigen behoefte maar in opdracht van de uitgeverij. Daarom begint hij op 1 januari 2001 met het innemen van een standpunt over het boek dat hij begint te schrijven. Hij moet daarbij denken aan de tien rechten van de lezer, zoals de Franse schrijver Daniel Pennac ze opschreef in zijn boek In een adem uit, het geheim van het lezen, en bedenkt zo de ‘tien rechten van de schrijver die in opdracht een jaar lang een dagboek bijhoudt’:
Het recht om alles op te schrijven.
Het recht om dingen niet te beschrijven, dingen niet uit te leggen of mensen niet te introduceren.
Het recht om mensen tegen zichzelf in bescherming te nemen.
Het recht om meedogenloos te zijn.
a. Het recht om dingen mee te maken voor dit boek. b. Het recht om dingen te verzwijgen.
Het recht om mezelf tegen te spreken.
Het recht om te herschrijven.
Het recht op ‘verhaaltechnische’ toevoegingen.
Het recht om te schrijven over het schrijven, en over het schrijven over schrijven over schrijven.
Het recht om te stoppen als er een kind of beminde overlijdt.
Vragen
Waarom denk je dat Giphart deze lijst met rechten nodig heeft om zijn standpunt in te nemen over het schrijven van een dagboek?
Leg uit wat Giphart bedoelt met recht 9.
Arthur Japin: wild beest
Ook Arthur Japin heeft een deel in de serie Privé-Domein gevuld. Japin is de schrijver van De zwarte met het witte hart, Een schitterend gebrek en De overgave. Hij heeft zeven jaar geboekstaafd in zijn dagboek. Dat heeft een boek opgeleverd van ruim 450 pagina’s waarin hij veel meemaakt en veel bijzondere bekende mensen ontmoet. Zoveel, dat hij achterin het boek een lijst heeft opgenomen met namen die in het dagboek voorkomen.
In de periode van het dagboek ontstaan ook een aantal van zijn bekendste romans zoals Een schitterend gebrek en De overgave. Overpeinzingen en passages uit die romans blijken soms regelrecht uit dit dagboek te komen en dat maakt dit dagboek extra interessant voor kenners van deze boeken. Ook in deze periode wordt Japin verliefd op een andere man terwijl hij al een relatie heeft. Uiteindelijk mondt dit uit in een relatie tussen drie mannen waar hij zelf niet echt woorden voor heeft:
Vraag
Japin vergelijkt een dagboek met een wild beest. Leg uit wat hij daarmee bedoelt. Ben je het met hem eens? Waarom wel/niet?
Drie keer 11 september 2001
De auteurs Ronald Giphart, Kristien Hemmerechts en Arthur Japin maken tijdens het schrijven van hun dagboeken alle drie dinsdag 11 september 2001 mee. Net als velen volgen zij de ontwikkelingen live via de televisie. Ze zien beelden zoals hierboven.
Het is interessant om tien jaar later te lezen wat zij er over schreven en hoe verschillend zij er mee om gaan.
Vraag
Vind je de dagboekfragmenten van Kristien Hemmerechts, Ronald Giphart en Arthur Japin literair, en is het ene fragment misschien literairder dan het andere? Waarom?